Geplaatst op Geef een reactie

INCIDENTEN, VERHALEN UIT DE HANDHAVING

Op 21 november 2016 is de bundel Incidenten, verhalen uit de Handhaving van auteur André

Incidenten, korte verhalen uit de handhaving
Incidenten, verhalen uit de handhaving

Verkaik uitgebracht. Verkaik schreef zijn korte proza op basis van ervaringen in zowel operationele als leidinggevende functies onder meer op Schiphol, in het gevangeniswezen en in detentiecentra. Momenteel is de schrijver nog steeds parttime actief bij evenementen en als surveillant in de binnenstad van onder meer Amsterdam en Utrecht. ‘Ik ben geen literaire of journalistieke spion, zoals Günther Wallraff dat was voor zijn roman Ik (Ali). Ik werkte gewoon als bewaarder of beveiliger en deed dat over het algemeen met plezier en met een gevoel van zingeving.’

Verkaik wil in zijn verhalen de vrouw en man ín het uniform een gezicht geven. Het uniform schermt af, wat noodzakelijk is, want je handhaaft de orde en de wet namens de overheid, instellingen of bedrijven. ‘Ik moet tijdens mijn werkzaamheden een boel shit incasseren, het glijdt van me af, ze kennen mij niet en kunnen mij niet raken. En ze hebben ook geen idee van de issues die ik meedraag naar mijn werk.’

Het idee voor het eerste verhaal, ‘Politieacties’, kwam tot stand door twee berichten in het Parool, het één over agenten die actie voerden voor betere beloning en het ander over een familiedrama in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. In het verhaal, Washroom blues, dat er op volgt, gaat een supervisor beveiliging op Schiphol met zijn billen bloot, wat als metafoor dient voor Verkaiks intentie om door te dringen tot de mens ín het uniform.

Elk volgende verhaal is langer en gaat dieper in op de complexiteit van het handhaven en de druk op de hoeders van de orde. In sommige verhalen wordt ook de afwezigheid of het niet functioneren van handhaving aan de kaak gesteld. Politie, Boa’s, beveiligers, bewakers, een volkje met een eigen cultuur? ‘Handhavers en beveiligers zijn de eerstelijns waarborg voor veiligheid, orde en rust in deze veranderende en polariserende samenleving. We vervullen daarmee uiterst verantwoordelijke, maatschappelijke taken, voor doorgaans minimale beloning en met weinig opleiding.’

Een goede dienst is een dienst zonder bijzonderheden. Maar het zijn de incidenten die bewaard blijven, ze worden vastgelegd in dienstrapportages voor evaluatie en eventuele verbeteracties. Deze bundel presenteert een aantal fictieve incidenten op basis van reële veiligheidssituaties.

Incidenten, verhalen uit de handhaving, is een co-productie van de schrijver en uitgeverij Calbona uit Rotterdam. Het boek is verkrijgbaar in alle Nederlandse boekhandels, ook online.

boekpresentatie Andre Verkaik 8 april 2013André Verkaik is geboren in Landgraaf (L), hij groeide op in Hoogezand-Sappemeer en woont momenteel in Huizen (NH).

Hij studeerde theologie aan de VU en deed zijn schrijftraining aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. Hij schreef daarna een aantal verhalen en essay waarvan diversen werden genomineerd of gepubliceerd. In 2013 publiceerde Verkaik zijn debuutroman Dat Rode Spul. Verder schrijft en redigeert hij teksten voor het tekstbureau AYBS (Areyoubeingsurfed.nl).

 

Incidenten, verhalen uit de handhaving is hier te bestellen.

Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels 4: Pegasus

Wandelend langs de Amsterdamse grachten op zoek naar een interessante boekenwinkel passeer ik een slanke jonge dame met een hondje. Zij heeft mooie lange benen in nylon kousen onder een korte broek, een kort jasje met een bontkraag en lang golvend blond haar. Het hondje dat haar driftig voort trekt is van het type Gremlin, met kleine snelle pootjes en een statisch roodbruin kapsel van top tot teen. In het voorbijgaan maak ik oogcontact met de blondine, ze glimlacht haar tanden bloot. Ik lach terug. Dan zijn we elkaar gepasseerd, ach, het leven gaat te snel.

Nog daaraan denkend kom ik op mijn bestemming aan, Singel 367, een smal grachtenpand met hoge ramen. Pegasus is de kleinste boekhandel die ik heb bezocht tot nu toe, met op de begane grond stellagekasten met boeken rondom en een aantal tafels in het midden. Achterin de zaak, voorbij de kassa, leidt een sierlijke trap naar verdieping 0.5 waar meer moois te zien is achter een balustrade. MaarMisdaad en straf hoe bescheiden ook in omvang, toch is boekhandel Pegasus vakspecialist op het gebied van literatuur uit Oost- en Midden Europa. Voor veel lezers blijft deze literatuur na een minimale kennismaking op de middelbare school een gesloten boek. Misschien komen namen als Tolstoi, Tsjechov en Solzhenitsyn nog bekend voor, ook al hebben ze niet meer dezelfde allure als tegenwoordig Tolkien, Rowling of Stephen King. Je kunt je afvragen of de Oost-Europese literatuur nog wel relevant is in deze tijd. Maar toch, kijk, daar staat bijvoorbeeld Misdaad en straf van Dostojewski, een Krimi geschreven vanuit het perspectief van de dader. Gelijk vanaf het begin staat  vast ‘who dun it’. Het is de motivatie van de moordenaar die interessant is. Een verwarde student loopt rond in St. Petersburg met ideeën en vragen over geweld en macht. Zijn hypothese is dat mensen met veel macht, zoals Napoleon, maar denk ook aan Stalin en Hitler later, wegkomen met geweld. Het moorden wordt door de geschiedenis gerechtvaardigd. Deze kronkel die hem tot moord drijft, wordt vaak gelinkt aan Nietzsche’s idee van de Übermensch, en terecht, maar Nietzsche publiceerde pas in de jaren tachtig van de 19de eeuw, toen Misdaad en Straf al 15 á 20 jaar in omloop was. De beïnvloeding was andersom, de fictie van Dostojewski leidde tot een filosofie, Nietzsche was een groot bewonderaar van de schrijver. En wat zegt een boek als dit bijvoorbeeld over de overmoed van een Vladimir Putin?

Maar Pegasus heeft meer dan Russische literatuur. Elk land in de gevarieerde regio die met Midden en Oost Europa wordt aangeduid, heeft een afdeling. Dan komt bij mij de naam Havel naar boven, de laatste president van Tsjecho-Slowakije en de eerste van Tsjechië. Die deed toch ook iets in de literatuur? ‘Ja’, zegt Wim Bosch, de verkoper van de Pegasus boekhandel, ‘Vaclav Havel was toneelschrijver en essayist.’ De toon waarop dhr. Bosch het zegt, geeft aan dat ik dit had moeten weten. En terwijl hij het zegt, reikt zijn lange arm al over mij heen naar een schap achter mij en haalt een klein boekje tevoorschijn. ‘Kijk, Het Tuinfeest, uit 1958, het toneelstuk waarmee Havel debuteerde.’ Het volgende half uur zit ik mij te verkneukelen aan humor uit een voorbije eeuw: bureaucratische denkwijzen die karikaturaal worden neergezet in dialogen vol woordspelingen en herhalingen, ad absurdum. Complimenten voor de vertaler, Kees Mercks, die ver gegaan moet zijn om spreekwoorden die in onze optiek oer-Nederlands zijn een verrassende wending te geven zoals Havel dat gedaan zal hebben met Tsjechische zegswijzen. Zo zegt een partijbons dat niets vreemds hem menselijk is, en waarschuwt een inspecteur zijn toehoorders om het badwater niet met het kind weg te gooien. Havel schuwt het ook niet om de waan van het verhaal te doorbreken zoals blijkt uit dit fragmentje midden in een dialoog:

Amalia:                Nou, dan ga ik maar weer. Tot ziens

Ze wil niet weg, blijft staan

Mevr. Pludek:   Trek het je niet aan meiske! Toen ik begon kreeg ik nog veel kleinere rolletjes!

Amalia:                Dat waren ook andere tijden mevrouw! Da-ag!

En af gaat Amalia.

Vermakelijk stuk, zeker interessant om nog eens op te laten voeren. Ik neem het exemplaar graag mee. Nog even kijken wat er zich bovenaan die sierlijke trap bevindt. De boekenverkoper waarschuwt: ‘Dat is de talenafdeling’. En inderdaad staat hier de literatuur in de originele Slavische talen. ‘Hier zult u de Slavisten aan de universiteiten in Amsterdam goed mee kunnen bedienen’, suggereer ik, wat dhr. Bosch beaamt. Gelukkig voor mij is een deel van deze collectie tweetalig, zoals de uitgebreide serie van Reclam-Verlag, de typisch kleine boekjes in oranje en rode slappe kaft, zonder afbeelding op de omslag. Ik ontdek een enorme hoeveelheid aan klassiekers in het Russisch en Duits waaruit ik een keuze maak.

Beneden reken ik mijn aanwinsten af, € 12 voor het toneelstuk van Havel en een klein werkje van Tsjechov, proletarische prijzen! Dan nog even de “boekhouding”, ofwel, hoe staan mijn eigen boeken erbij. Tot mijn verrassing blijkt mijn roman Dat Rode Spul, die in de sectie Kroatië moet staan, want in dat mooie land speelt de thriller zich af, er niet meer te zijn. ‘Dan is hij verkocht’, zegt dhr. Bosch. Waardoor ik er weer een kan achterlaten. Alle boeken van mijn favoriete uitgeverij KLIN, vertaalde werken van hedendaagse Kroatische auteurs, zijn er ook. Zoals het kostelijke en enigszins postmodernistische Een centimeter vanaf het geluk van Marinko Koščec , dat op levendige wijze de ervaringen weergeeft van Midden en Oost Europese studenten in West Europa en hoe hun carrières daarna verlopen tot aan het fictieve jaar 2050.

Goed gestemd verlaat ik de behaaglijke warmte van de boekhandel, mij afvragend wat het mythologische paard Pegasus te maken heeft met al die interessante literatuur. Terwijl ik de Singel uitloop richting het Spui zie ik op de hoek dezelfde jongedame met haar hondje op een terras zitten. Ze zit alleen aan een tafeltje, gezicht naar het herfstzonnetje gericht dat rechts van de kerk aan de overkant van de Singel staat te stralen. Ze heeft de ogen gesloten als in aanbidding. De tafel naast haar is vrij en in een opwelling neem ik er plaats. Haar hondje ziet mij wel, ik steek mijn hand uit om hem naar mij toe te lokken, maar het beestje  gromt en huppelt zenuwachtig heen en weer, waardoor zij uit haar trance komt, de ogen opent en me recht aankijkt. Een blik van herkenning?

‘Hallo, ik zag je lopen daarnet, op de Singel, met je hondje.’ zeg ik plompverloren.

Ze knikt, een lach op het gezicht, verlegen? Verwachtingsvol? Of onnozel? Het  is in ieder geval een dame met het hondjemooie lach. Ik verbaas me over de egale crèmekleurige huid op haar gezicht. Is het echt of make-up? Samen met het blonde haar geeft het haar een Barbie-achtige look, prachtig.

‘En je raadt nooit wat ik net gekocht heb, in een boekenwinkel verderop’, vervolg ik en begin koortsachtig in mijn tassen te zoeken tot ik de boekjes vind en de kleinste van de twee aan haar laat zien. ‘Kijk, “De dame met het hondje“, van Anton Tsjechov, toevallig hè?’

‘Eh, ne razumijem,’ zegt ze met een verontschuldigende blik, en giechelt een beetje verlegen. Ik versta er niets van. Het klinkt Russisch, maar kan elke andere Oost Europese taal zijn. Ach, had ik nu maar Slavische talen gestudeerd.

Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels 3: Plantage Overtoom

Slechts enkele minuten lopen vanaf het Leidseplein, gelijk aan het begin van de Overtoom, vind je het andere soort boekenwinkel dat Nederland rijk is: zelfstandig en toch onderdeel van een keten van boekenwinkels, heeft Plantage Overtoom naast een breed aanbod aan boeken, ook een rijke keuze aan tijdschriften en kantoorartikelen. En gelukkig maar, want de echte kantoormaterialenwinkel verdwijnt in mijn beleving sneller uit het Nederlandse straatbeeld dan de boekenwinkel. Ik ben als schrijver dan ook dankbaar afnemer van bijvoorbeeld menig pak printpapier dat vervolgens grotendeels in de vorm van bedrukte propjes in mijn papierbak verdwijnt.

Maar boeken was wat mij het eerst deze boeiende boekhandel binnenbracht. Ook, ik geef het toe, om te zien hoe het de exemplaren van mijn zielskindje, de roman Dat Rode Spul, vergaat. Ik heb ze hier een tijd geleden mogen achterlaten, samen met Een centimeter vanaf het geluk, de modernistische roman van Marinko Koščec. Hij komt uit Kroatië en beschrijft de belevenissen van een viertal studenten uit zijn land vanaf het moment dat ze in een West-Europese stad gaan studeren. Ik schrijf over de ervaringen van twee Nederlandse gezinnen op vakantie in Kroatië. Wat ons bij elkaar brengt, is de Kroatische, maar al enkele decennia in Amsterdam woonachtige vertaalster Sanja Kregar, die zich met haar uitgeverij KLIN (Kroatische Literatuur in Nederland) onvermoeibaar inzet voor het bekend maken van de literatuur uit haar mooie moederland.

Een centimeter vanaf het geluk, M. Koscec.
Een centimeter vanaf het geluk, M. Koscec.

Voor ik bij de literatuurafdeling aankom, passeer ik tafels en stellages vol met de nieuwe en populaire titels in veel-gelezen genres, zoals literaire en psychologische thrillers, detectives en familieromans van bekende Nederlandse en internationale auteurs. Dat aanbod is enorm, er is voor iedereen wat te vinden. Wat mij nu opvalt is dat de woorden meisje en zusje onevenredig vaak zijn vertegenwoordigd in de titels. Ik zie bijvoorbeeld Meisje vermist van Tess Gerritse, Mooie meisjes van Karin Slaughter, Zusje van Rosamund Lupton en Verdwenen zusjes van Laura Lippman aan mijn ogen voorbijgaan en filosofeer of hier en bepaalde betekenis aan moet worden gegeven. Het valt me op dat alle auteurs vrouwen zijn. Zou hun verhaal de beoogde lezers raken omdat ze zich met het personage kunnen associëren én het ze een van de grootste menselijke angsten laat beleven, namelijk om totaal overgeleverd te worden aan kwaadwillenden? Ik denk dat ik in ieder geval kan veronderstellen dat mijn hypothetische romans Mooie jongetjes en Verdwenen broertjes het een stuk minder goed zouden doen en neem me dan ook gelijk voor om ze het stadium van de papierpropjes niet eens te laten bereiken.

proppapierLangs een aantal tafels met mooi uitgestalde cadeaus kom ik terecht in een wereld van herkenning; de afdeling tweedehandsboeken is een boekenbal, het is de spiegel van ons Nederlandse literaire geheugen: de bekende twintigste-eeuwse auteurs als Wolkers, Mulisch, Haasse, Bernlev, Reve en Meijsing zijn allemaal goed vertegenwoordigd, evenals een flink aantal Scandinavische schrijvers, om maar wat categorieën te noemen. Hier kan ik uren doorbrengen, ik lees opnieuw stukjes uit Het goud van Thomas Vargas van Isabel Allende, sprookjes voor minder dan Duizend-en-een-nachten maar elk het meerdere malen herlezen waard. Ook de Chileense schrijfster laat een onschuldig meisje genadeloos verdwijnen in een gat van eenzaamheid en verlangen, maar laat ons ook genieten van de smaken, geuren en kleuren, de folklore en de ordeloosheid van het Latijns Amerikaanse wilde westen.

Verder gaand naar achter wordt mijn oog als vanzelf getrokken naar de grote volumes met veel fotomateriaal, zoals het prachtige Famous City Amsterdam, waarin beroemde mensen worden geportretteerd in Amsterdam, en zij hun visie geven op onze mooie hoofdstad. Ik leer dat de Amerikaanse acteur William Dafoe hier een tijd drama gestudeerd en beoefend heeft en van mening is dat ‘alles in drama in Amsterdam onderuit is gehaald’. William heeft op jonge leeftijd, toen zijn kop nog niet zo fotogeniek met rimpels doorweven was, zijn naam in Willem veranderd om te voorkomen dat men hem in zijn geboorteplaats, Appleton, Wisconsin, Billy zouden noemen. Willem was here!

En dan eindelijk, helemaal tegen de achterwand, rechts van het drukbezochte postkantoortje, komt mijn zoektocht succesvol ten einde. Beide exemplaren van Dat Rode Spul staan netjes op hun alfabetische plekje in de kast, net als Een centimeter vanaf het geluk van Koščec. Fijn dat ze er zijn! Nog beter is het als ze hun weg vinden naar geïnteresseerde lezers. Nu weet u ze te vinden.

Weer thuis aangekomen ligt er een boek op de salontafel, de nieuwste aankoop van mijn vrouw: Verdwenen zusjes van Laura Lipman. Er is dus wel degelijk een markt voor. Toch eens inkijken misschien?

Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels: boekhandel Schimmelpennink

Het doel van dit artikel is om aan te tonen dat je best een boekenwinkel in kunt lopen zonder geld uit te geven. Ik neem de proef op de som bij boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam. De keuze heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat mijn roman Dat Rode Spul er een mooi plekje heeft gekregen, niet in het schap, nee, op een vooruitgestoken lessenaartje dat links voorbij de ingang aan de boekenkasten hangt.

Boekenkasten is een van de twee sleutelwoorden die deze prachtige winkel aan de Weteringschans beschrijven. Alle wanden zijn bedekt met houten kasten en schappen, vaak tot aan het plafond, dat zonder overdrijven wel eens vier meter hoog zou kunnen zijn. In een hoek rechts staat een ladder, zo´n authentieke die je in oude films in bibliotheken ziet. Er gaat een sterke aantrekkingskracht vanuit, maar ik durf het toch niet aan om daar zomaar op te klimmen om de boeken in hogere sferen te bekijken. Wel zou ik het kleine, met een eigen inklapbaar trapje van drie treden uitgeruste krukje dat ernaast staat, kunnen bestijgen als het moest.

Portretten, dat is het tweede sleutelwoord. Grote ingelijste zwart-wit foto’s van bekende schrijvers en dichters die naam maakten in de eerste helft van de vorige eeuw, hangen hoog boven mijn hoofd in het midden van de winkel. In de etalage hangt een nog groter portret, dit in olieverf, van Gerard Reve. En ook om de deurposten heen hangen fotoportretten, van kleiner formaat, van internationale grootheden uit de literatuur. Maar wie zijn de mannen daar boven die op mij neerkijken met een blik van, verkoop jij maar eens zoveel boeken dat je mag hangen bij Ton Schimmelpennink. Ik herken er wel een paar, maar de namen willen niet komen. Om hun namen te kunnen lezen begeef ik mij, aanvankelijk wankel maar dan toch met meer zelfvertrouwen, op dat krukje met uitklapbaar trapje als ik zie dat de boekhandelaar even weg is. Helaas blijven ook nu hun namen onleesbaar. Dan maar de heer Schimmelpennink zelf vragen, een statig personage met grijze haardos en vriendelijke ogen boven een leesbril. ‘Kijk’, begint hij op respectvolle toon, ‘dat is de grote Nescio, en rechts van hem de dichter Lucebert. Daar is Bordewijk, grote namen uit de Nederlandse literatuur.’ O, alleen het uitspreken van die namen brengt al verhalen en gedichten voort in mijn geest, maar vooral herinneringen aan de middelbare school, de Dr. Aletta Jacobs Scholengemeenschap in Hoogezand-Sappemeer.

Nu nog even rondkijken naar de boeken en wat merk ik tot mijn schrik? Nooit meer slapen, mijn favoriete roman van W.F. Hermans, is als pocket te koop voor maar acht euro! Het boeiende verhaal over de student geologie Alfred Issendorf die voor een promotieonderzoek door Noorwegen reist op zoek naar gaten. Een boek dat iedere student of promovendus zou moeten lezen voor of tijdens een internationale stage of onderzoeksproject. Om in te zien welke rol ambitie speelt in het wetenschappelijke bedrijf, en niet minder het leren onderkennen van cultuurverschillen. Ik zou hem gewoon nog een keer aanschaffen als ik me niet had voorgenomen om geen geld uit te geven vandaag.

En vlak daarnaast in het zelfde schap wordt mijn aandacht getroffen door de naam die mij altijd interesseert, Franz Kafka. Nee, het zijn niet zijn wonderlijke romans, Het proces, Het slot, Amerika, die elders in de winkel staan. Ook niet zijn vaak lugubere korte verhalen maar zoals er de laatste tijd zo vele zijn, een roman gebaseerd op Kafka’s dagboeken, brieven en werken en op wat we weten van zijn beste vriend en biograaf Max Brod. Zoals de vermakelijke roman Kafka’s vriend van de Kroatische auteur Miro Gravan, uitgebracht door uitgeverij KLIN (Kroatische Literatuur in Nederland), en op deze website als ePub te krijgen.

De roman die ik in mijn hand houd, De heerlijkheid van het leven door Michael Kumpfmüller, vertelt volgens de Frankfurter Algemeine het verhaal over de laatste liefde van Kafka. Kijk, dat is mooi, ik ken Kafka hoofdzakelijk als iemand die schrijft over niet behaalde ambities en mislukte liefdes maar weet slechts vaag iets over Dora Diamant, de  jonge vrouw die hij aan het einde van zijn leven leerde kennen in Berlijn en die hem terug bracht bij zijn Joodse roots. Ze bleven bij elkaar tot aan zijn dood aan tuberculose minder dan een jaar later. Daar zou ik meer over willen lezen, en willen weten of de auteur mijn Franz Kafka ook overeind heeft gelaten.

Ik draai me om, want ik voel dat ik begin te wankelen, mijn experiment loopt gevaar te mislukken. En als ik de volle honderdtachtig graden rond ben val ik definitief, als mijn ogen vallen op wat wel het best bewaarde geheim moet zijn van de Nederlandse literatuur uit 2015. De Halfbroer, het nieuwe boek van Nicolien Mizee! Ze heeft het afgekregen en hier ligt het. Nicolien was mijn docente Roman aan de Schrijversvakschool, hier in Amsterdam. En in die tijd sprak ze erover hoe schokkend het was geweest om te ontdekken dat ze een broer had die ze nooit had gekend, tot recent. En dat ze overwoog erover te gaan schrijven. Een mooie en positieve aanvulling op haar bekendste boek: En toen kwam moeder met een mes. Die titel en de onverbiddelijke rode strepen, vraagtekens en opmerkingen in onze ingeleverde stukken tekst brachten ons als klas ertoe om in het geschenk aan haar bij de afsluiting van de Romancursus gekscherend te schrijven: ‘En toen kwam Nicolien met een rode pen’. Dit wil ik lezen, hier gaat een verhaal verder van lang geleden dat nog wachtte op een, mogelijk happy, ending.

Dit dreigt totaal uit de hand te lopen. Zonder nog links of rechts te kijken ga ik op de kassa af, met De halfbroer in mijn rechter en, in een snelle beweging maar trefzeker gepakt, De heerlijkheid van het leven in mijn linker hand. Ik geef ze beide aan Ton Schimmelpennink en zeg, ‘Reken dit maar af’, haal vervolgens enkele vergeelde envelopjes uit de binnenzak van mijn colbert en vervolg, ‘met deze boekenbonnen.’

Waarmee maar weer bewezen is dat je gerust een boekenwinkel in kan lopen zonder geld uit te geven.