Geplaatst op Geef een reactie

Synopsis Dat Rode Spul

Dat Rode Spul is een internationale politieke thriller met een gelaagde plot welke vragen op wil roepen over vrede en gerechtigheid, vrijheid van meningsuiting en manipulatie in Europa. Maar het is ook een psychologische roman waarin de kleinste sociologische eenheid in onze samenleving, het gezin, een kritische en ironische analyse ondergaat.

Roman Dat Rode Spul
Dat Rode Spul

De proloog van Dat Rode Spul begint met een perfect uitgevoerde terroristische aanslag op het Vredespaleis in Den Haag. Erwin de Boer en Henk Verhagen zijn er niet alleen getuigen van, maar volgens een van hen, ook verantwoordelijk voor. In flashback wordt hierna verteld hoe het zo heeft kunnen lopen. Na een chaotische start van een zomervakantie in Kroatië raakt Erwin in de problemen en belandt in de cel. Henk spant zich in voor de vrijlating van zijn campingbuurman. Door hem komt Erwin achter een gevoelig politiek geheim, een lijk uit de kast van het oude Europa. Wat was de prijs die er betaald is voor de vrede waar wij de afgelopen zeventig jaar in hebben geleefd? En als vrijheid een illusie is, maar oorlog het alternatief, hoe kun je dan overwegen om te gaan klokkenluiden?

 

Wie Dat Rode Spul leest, krijgt een andere kijk op wie je bent, wat je zegt en hoe je leeft in Europa.

Klik hier om de roman dat Rode Spul in de webshop te bestellen.

Contactgegevens:

André Verkaik (auteur)

Tel. 06-31299936

info@aybs-webcontent.nl

Geplaatst op Geef een reactie

English synopsis Concertina

Story

A fire broke out at a detention centre for rejected asylumseekers at Schiphol Airport Amsterdam in the night 26 op 27 October 2005. It was a shocking and traumatic incident which deeply touched Dutch society. Eleven detainees were killed and fifteen detainees and wardens injured in that fatal accident, a sad account of failing security procedures.

To head warden Gershon Weening, the arrival at his detention centre of ninety-eight of the victims of that tragic fire-incident offered a welcome change to the daily routine at his facility. He looked forward to an opportunity to help a vulnerable group of detainees. It would also give him a chance to show his qualities to his superiors. Driven by his zeal, Weening demonstrates to the department heads of the penitentiary facility at Camp Zeist that mistakes were made during the chaotic arrival of the victims of the fire. Names of some of the inmates appeared double or were missing, which resulted in uncertainty about the number and identity of the detainees on his ward. Not long afterwards, Gershon is relieved of his position as head warden because of an incident with a colleague.

Back on the ward as warden, Gershon comes into close contact with the victims of the fire at Schiphol Airport. With those that are left that is, because as he notices, the Justice department has ordered a rapid deportation-procedure for this group of detainees. Which was strange, because a debate in the Dutch Parliament whether or not to grand these victims of the fire a general pardon to stay in the Netherlands was still ongoing.  Together with his colleagues, Gershon works to improve the conditions and general atmosphere on the ward for those that remain. Sportive and social events are organized, clothes are gathered. The stories of the prisoners are heard and written down. Letters from lawyers or from court concerning the individual cases are read and explained to the detainees to prepare the men for their next appearance in court.

Erik Bakker perceives the behaviour of his staff on ward E as a threat to his authority as department head. A cat and mouse fight ensues between Bakker and Weening: each time the warden introduces a new initiative to improve conditions for the detainees, more restrictive procedures are put in place by the department head. Other wardens and the detainees are used to achieve gains against each other. Whilst it is the department head’s assignment to get as many of the victims of the Airport-fire deported before a political decision falls to grant them all asylum, Gershon puts all his effort in getting at least some released. When he achieves his pyrrhic victory, Gershon knows that he will never do anything but cleaning jobs if he stays. He decides to leave Camp Zeist for security work in the private sector.

Some weeks later Weening is contacted by a small group of former inmates from Camp Zeist. These victims of the fire have been released as a result of his efforts, but their freedom is a farce, so he finds out. They are compelled to stay at an asylum seekers facility in the far east of the county, waiting indefinitely for their permanent visa-papers. Gershon intervenes on their behalf once more by calling in the help of a high profile lawyer who brings the fate of these victims to the attention of the right members of parliament. Eventually 39 of the 268 victims of the fire at the Schiphol Airport detention centre receive financial compensation and a permanent status to remain in the Netherlands.

*Chapter 1 of this novel is published in Dutch on this website here.

Title

Concertina is the razor sharp barbwire which comes in harmonica-like rolls and is placed on  fences and walls of prisons and detention centres to prevent breakouts.

 Author

Concertina is a semi-autobiographical novel, written by the Dutch theologian and novelist André Verkaik. The author formerly was warden and head warden at the prison facility, located in detention centre Camp Zeist (2002-2006), in the Netherlands. Verkaik followed short prose and novel writing courses at the Amsterdam writers college (‘Schrijversvakschool’) and has previously published the novel That Red Stuff (‘Dat Rode Spul’) and a collection of short prose, entitled Incidents, stories of  law enforcement (‘Incidenten, verhalen uit de handhaving’), so far only published in Dutch. Apart from his literary projects, André Verkaik is the founder and editor in-chief of text bureau AYBS (Areyoubeingsurfed.nl) and is still involved in part-time security assignments.

 

Works by A. Verkaik:

-Dat Rode Spul, 2013, Calbona, Rotterdam . ISBN 9789 491 254772. (English synopsis click here)

-Incidenten, verhalen uit de handhaving, 2016, Calbona Rotterdam. ISBN 9789 492 575111.

-Concertina, 2017, Calbona, Rotterdam. ISBN 9789 492 575814.

Geplaatst op Geef een reactie

Concertina, Hoofdstuk 1: Nabrander

(Chapter 1 of the novel Concertina by André Verkaik / Dit 1e hoofdstuk van de roman Concertina werd eerder gepubliceerd in de bundel Incidenten, verhalen uit de handhaving).

*This chapter was published here because many of my friends and contacts abroad expressed a desire to read my books. I am sorry to say that at present I do not have the means or the capability to translate my works into English. One friend suggested that I publish the Dutch text online in order for her to attempt to read some of it with the help of Google Translate. Although I dread the result of putting my story through Google Translate, here it is. And I will attempt to make a translation of this first chapter soon. André Verkaik.

Het vuur werd met zo’n kracht door de met verwrongen tralies bedekte vensters de donkere nacht in geperst dat de vlammen uit snijbranders leken te komen. Er kwam aan alle kanten rook uit het met grijze golfplaten bedekte gebouw, vooral onder de dakrand vandaan. Wollige grijze rookpluimen onttrokken het platte dak aan het zicht en gaven het complex een luguber kapsel. Daarboven werd de nachtelijke duisternis verdreven door een rode gloed. Plotseling schoot een fontein van vonken de lucht in die met de ijzige oktoberwind werden meegevoerd. Achter het brandende gebouw stonden brandweerwagens met loeiende sirenes en felle zwaailampen in een file voor de dubbele poorten. Daarachter bevond zich de hoge, met vlijmscherp prikkeldraad afgezette sluis die toegang gaf tot het terrein. Er stond een bluswagen in de sluis, maar de automatische buitenpoort sprong steeds weer open als deze bijna gesloten was, waardoor de tweede poort gesloten bleef en de bluswagens het terrein niet op konden. In de luwte van een andere vleugel van het cellencomplex stond een groep mannen bijeengedreven achter de met gaas afgezette hekken. Ze waren bijna allemaal halfnaakt en hadden dekens om zich heengeslagen om zich tegen de winterkou te beschermen. Weerloos en rillend stonden de gevangenen te wachten tot ze weggevoerd zouden worden van het detentiecentrum dat hen niet meer vasthouden kon.

 

Pas nadat Gershon Weening zijn dochters naar school had gebracht en het nieuws had aangezet in de nog koude woonkamer ontdekte hij het drama dat zich de nacht ervoor had afgespeeld in het uitzetcentrum Schiphol-Oost. Hij was met jas en schoenen aan voor de televisie neergeploft. Als gehypnotiseerd zag hij de dramatische beelden op de televisie zich steeds weer herhalen. Zappend tussen de zenders Nederland 1 en RTL 4 bleef hij kijken en luisteren om te weten of er nieuwe feiten bekend werden gemaakt. Het was negen uur ’s morgens en er werd nog steeds nageblust.

In de weerspiegeling van het tuinraam achter hem in de beeldbuis zag Gershon dwars door de beelden van brand en vernieling heen zijn eigen gezicht. Zijn stoppeltjeskapsel verborg wel het dunner worden van zijn haar, maar de contouren van zijn haarinplant verraadde toch de voortschrijdende kaalheid. De grote gebogen neus, een typisch Weening trekje, stond in zwaar contrast met de kleine spitse kin eronder. Hij wreef zijn slaapogen schoon en betastte meewarig de twee dagen oude stoppelbaard. Met moeite wist hij zich van de televisie los te rukken om, opgefrist en gekleed in een joggingbroek, snel de ontbijttafel af te ruimen en de afwas te doen. Daarna ving hij tussen een glas en een ansichtkaart de vliegen die zich tegen het keukenraam murw hadden gevlogen, om ze door het raam naar buiten te laten. Met één oog op de televisie gericht stofzuigde hij de woonkamer. Met zijn voeten op tafel en een pot koffie bij de hand bracht hij daarna de rest van de ochtend voor de buis door.

 

Gershon kende het cellencomplex op Schiphol-Oost. In september, een maand geleden, was hij door diezelfde sluis het terrein op gereden met een vrachtwagen vol maaltijden en andere voorraden die hij vanuit detentiecentrum Zeist daar moest afleveren. Ook toen had de poort een paar keer gehaperd voor hij het terrein op kon.

‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’ vroeg een presentatrice voor de zoveelste keer aan een verslaggever. ‘Elf mensen zijn levend verbrand in deze vuurzee, ze hebben als ratten in de val opgesloten gezeten in hun containercellen. Het hadden er veel meer kunnen zijn. De oorzaak wordt nog onderzocht.’

Dit kan elke dag gebeuren, dacht Gershon getergd, ook bij ons. Detentiecentrum Zeist was veel groter dan uzc Schiphol en bestond voor het merendeel uit dezelfde prefab gebouwen die hij in brand zag staan. De constructie was simpel: twee rijen aan elkaar geregen stalen containers gescheiden door een brede gang met houten vloer en plat dak. De buitenkant netjes verpakt in grijze golfplaat met het vlijmscherpe concertina prikkeldraad er omheen. Zo kon je in Lego-stijl doorbouwen en zelfs stapelen. In exact zo’n complex van drie verdiepingen hoog zou die middag om drie uur zijn dienst aanvangen als wachtcommandant voor de tweede verdieping.

Om vijf voor twaalf stormde hij de deur uit om Nicole op te halen voor de lunchpauze.

‘Je bent laat Pappa,’ zei ze streng, toen hij haar als laatste in haar lokaal aantrof, ‘en je hebt bloed op je hals, jakkie.’

‘Ja, wat wil je, ik ben de hele ochtend door vampiers achterna gezeten en heb ze bijna allemaal verslagen. Lust je een broodje vampier?’

‘Iee, Pappa, doe normaal,’ schaterde ze en klom vakkundig in haar stoeltje achterop zijn fiets.

 

Om twee uur stapte Gershon in zijn aftandse zwarte Golf GTI. Hij wist van het journaal al dat een deel van de bewoners van uzc Schiphol midden in de nacht naar Zeist waren overgebracht. Dat ze bij hem op de afdeling terecht waren gekomen was een logische gevolgtrekking, ze hadden tenslotte sinds de zomer leeggestaan vanwege onderhoud, waardoor hij weken achtereen op allerlei plekken in Kamp Zeist had gewerkt. Hij brandde van nieuwsgierigheid om te weten te komen hoe het er nu op zijn vleugel uitzag. In de autospiegel zag hij de transformatie die een verzorgd uiterlijk boven de epauletten en stropdas van zijn uniform teweeg had gebracht. Het goudkleurige brilletje daargelaten zag hij er best wel uit als een wachtcommandant in een Huis van Bewaring, vond hij.

 

Zijn entree op de afdeling overtrof vele malen zijn verwachtingen: In de twee cellengangen die zich links en rechts van de Centrale Post uitstrekten zag hij heel veel armen uit de deurluikjes van de celdeuren steken. Deurluikjes zijn normaal altijd gesloten tenzij een bewaker iets met de celbewoners te bespreken heeft. Mannen schreeuwden uit hun cellen naar elkaar en naar de bewakers. Gershon hoorde mannen huilen achter celdeuren. Terwijl hij door de linkergang de afdeling betrad, schopte een gedetineerde uit een van de eerste cellen tegen de deur en brulde tegen hem:

‘You lock us up here so that you can burn us as well, you motherfuckers!’ Een bewaker liep naar de celdeur toe en sprak de man op een geruststellende en begripvolle wijze toe. Zo liep een vijftal bewakers van deur naar deur om de opgesloten asielzoekers te kalmeren of hun sigaret of shaggie aan te steken. Een meisje dat hij herkende als een van de medewerksters van de medische dienst liep met ze mee en deelde pilletjes uit alsof het snoepjes waren.

‘Waarom doen jullie die luikjes niet dicht?’ vroeg Gershon aan een van de bewakers in het voorbijgaan.

‘Dan raken ze helemáál in paniek. Het is kolere voor ons, maar ze hebben toestemming van het afdelingshoofd, dus de luikjes blijven open,’ riep deze gestrest terug en was al weer onderweg naar een volgende cel. Nogal aangedaan door de aan hem gerichte beschuldiging van de gedetineerde liep Gershon naar de Centrale Post. Teamleider Roberto kwam de post uit en bood Gershon een uitgestoken hand en trok hem naar binnen.

‘Welkom in het vagevuur, Weening. Een stuk minder heet dan de hel van gisteren, maar toch.’ Roberto was een lange man van achter in de veertig. Grijze stoppels bedekten altijd zijn schedel en nu ook zijn wangen. Hij had het uiterlijk van de ideale hopman bij de padvinders: een brede kaak, snor en vriendelijke bruine ogen onder dikke bruine wenkbrauwen. Nu was het zaak voor Gershon om zo veel mogelijk informatie uit hem te krijgen want over een half uur was hij verantwoordelijk voor de afdeling.

‘Ik ben gisteren om twaalf uur ’s nachts uit mijn bed gebeld en hier naartoe gekomen. Toen ze rond twee uur binnen werden gebracht kwam de rook er nog vanaf. We hebben een paar op de isolatieafdeling moeten zetten. Zeer emotioneel en agressief. Niet mee te praten.’

‘Wat wordt er van ons verwacht?’ vroeg Gershon.

‘We kunnen weinig met deze mensen. Specialisten van Justitie zouden vandaag komen om ze te helpen met de traumaverwerking. Het is nu drie uur en ze zijn nog steeds niet gekomen. De Pater houdt met kleine groepjes slachtoffers een gespreksuurtje in de kerkzaal. Ik zie er niet echt het nut van in. En het kost me een man die ik beter op de gang kan gebruiken.’

‘Het is juist heel belangrijk. Dat helpt bij de verwerking,’ wilde Gershon uitleggen.

‘Ik doe er niets meer mee. Laat Justitie het zelf maar oplossen.’

‘Maar Roberto, het is toch machtig interessant om te ontdekken hoe we met deze mensen om moeten gaan? Dat is ons met de bolletjesslikkers en de tbs’ers ook gelukt,’ zei Gershon met een enthousiaste blik in zijn ogen. Roberto keek hem met toegeknepen ogen en een wat meewarige gezichtsuitdrukking aan terwijl hij zijn hand over zijn grijze schedel streek.

‘Laat het los Gershon, je krijgt er alleen maar gedonder mee. Dat is onze taak helemaal niet. En je kunt er weinig mee aanvangen. De meesten spreken niet eens Engels. Een intakegesprek heeft dan helemaal geen zin. Is ook nergens voor nodig, de uitgeprocedeerde asielzoekers moeten gewoon zo snel mogelijk het land uit en de bolletjesslikker moeten hun veroordeling afwachten en hun straf uitzitten, die worden vanzelf een keer overgeplaatst.’

‘Zitter er ook drugstrafficanten tussen? Wat doen die in een uitzetcentrum?’

‘Geen idee, het zat allemaal door elkaar. O ja, er mag beslist niet meer dan twaalf man de gang op…’

‘Dus met luchten gaan er maar twaalf man naar buiten?’

‘Nee, luchten is per kant, dus vierentwintig per keer. Ze mogen absoluut geen vuur in de cel hebben. Als ze willen roken melden ze zich over de intercom en wij brengen ze een vuurtje. Geen aansteker afgeven, altijd door het luikje aansteken. Van sommigen weten we niet hoe ze heten. Dan staat er N.N. op het naamplaatje, voor ’No Name’, en het registratienummer uit het justitiesysteem. De Chinezen hebben vanaf Schiphol al voor veel gezeik gezorgd door elkaars namen te gebruiken. Er zijn trouwens ook een paar weggelopen bij de ontruiming op Schiphol, wist je dat? Hun namen kom je hier soms ook tegen maar dan blijkt het om een andere grapjas te gaan.’

‘Maar dan weten we helemaal niet wie we hier hebben zitten!’ bracht Gershon er verbaast uit. Roberto haalde zijn schouders op.

‘Erik weet ervan en zei dat het bekend was toen ze binnen kwamen.’ Door naar afdelingshoofd Erik Bakker te verwijzen was de zaak voor hem beslecht, Justitie had in alle beleidsvragen het laatste woord, wist Gershon.

‘En als ik om elf uur ga tellen?’

‘Dan tel je gewoon wat je hebt, ook de mannen die op de isolatieafdeling zitten natuurlijk.’

 

Iets na zessen, toen de dagploeg was vertrokken, werd Gershon op de portofoon opgeroepen.

‘Weening, Berend hier op de F-vleugel. Wil je effe naar cel F 10 komen?’

Gershon zag de bewaker bij de celdeur staan met zijn hand aan het luik. Het was een beer van een vent van achter in de twintig met een kale kop en een tatoeage in zijn nek. Gershon benijdde het natuurlijk overwicht dat Berend over gevangenen had door zijn postuur. Maar de enorme buik die strak in het overhemd over de brede leren broeksriem hing stelde hem toch weer tevreden met zijn eigen tengere figuur. Hij zou altijd sneller zijn dan iemand als Berend, of het nu was om te vechten of te vluchten. Toen Gershon bij de cel aankwam, sloot Berend het luikje om te voorkomen dat de mannen binnen konden meeluisteren.

‘Meneertje Ksímenes gaat uit zijn plaat. Hij wil per se naar een andere afdeling. Hij heeft bonje met zijn celgenoot, zegt hij. Ik heb hem uitgelegd dat alles vol zit. Maar hij accepteert het niet.’ Gershon keek op het naamplaatje naast de deur. Xímenez en Lusjenko waren de bewoners.

‘Waar gaat de ruzie over?’ vroeg hij.

‘Weet ik niet. Die ene is een Peruaan en hij spreekt weinig Engels. De ander komt uit de Oekraïne. Ksímenes zegt dat ze in het cellencomplex op Schiphol ook al ruzie hadden.’

Gershon keerde zich naar het luikje dat Berend nog steeds beschermend dicht hield en nu met enige tegenzin voor hem opende. Kennelijk waardeerde hij het niet dat zijn leidinggevende in discussie ging met zijn gevangene. Hij wilde gewoon bevestiging. Toen Gershons ogen gewend waren aan de donkere cel zag hij bij het licht van de televisie een Oost-Europees ogende man op het onderste bed liggen dat in de verste rechterhoek van de smalle ruimte stond. Met de handen achter het hoofd gevouwen keek de man Gershon met een grijns aan, de ogen dichtgeknepen tegen de rook van het shaggie dat tussen zijn lippen hing. Dat moest Lusjenko zijn, maar waar was die Peruaan?

Señor?’

Een klein licht getint mannetje met halflang zwart haar stond net onder het deurluikje omhoog te kijken.

Señor, I must go to other cel. I must go to other ward. This man is bad. If I stay it will be very bad.’ Gershon had hem in het Spaans kunnen antwoorden. Hij had in de jaren negentig een jaar in Zuid Amerika onderzoek gedaan en sprak het Spaans nog steeds goed. Maar dan wekte hij de verwachting dat hij iets voor deze man ging regelen, en sloot hij Lusjenko uit.

‘Er is geen plaats,’ begon hij in het Engels. Jiménez begon te huilen en sprong op en neer om dichter bij het luikje te komen. De ogen stonden wijd open en het speeksel vloog door de lucht terwijl hij schreeuwde:

O Dios mio, you no understand. We fight together in the fire. This man is bad. Put me in isolation. I can’t stay one night. Put me in isolation man, I tell you. This man is bad.’ Gershon keek langs de Peruaan terug naar Lusjenko. Die kwam grijnzend overeind en liep Jiménez vast in de hoek bij de celdeur. Hij legde zijn handen quasi vaderlijk op zijn schouder en hoofd.

‘Not to worry, warden,’ zei hij amicaal met een zware nicotinestem. ‘We will be alright, èh Miguèl?’ Xímenez probeerde zijn celgenoot van zich af te houden maar was geen partij voor de veel grotere Oekraïner. Het Quechua-indiaantje zakte snikkend naar de grond met zijn armen over zijn hoofd. Gershon had genoeg gezien.

‘Lusjenko, terug op je bed, nu! Of het wordt isolatie. Xímenez, pak je spullen en je beddengoed en wacht hier bij de deur.’ Lusjenko keerde mokkend terug naar zijn bed. De Peruaan bleef snikkend op de grond zitten.

Xímenez, toma sus cosas y las sábanas y espera a la puerta.’ De man sprong overeind met een blik van verrukking op zijn gezicht. Onder een niet aflatende regen van grácias en allerlei zegenwensen pakte hij zijn spullen en lakens.

‘Berend, blijf ze observeren, ik ga op zoek naar een geschikte cel op de andere vleugel.’ Berend keek hem met een mix van verbazing en minachting aan en liet het luikje met een klap dichtvallen.

‘Je gaat toch niet toegeven hè? Straks willen ze allemaal naar een andere cel! En je moet toestemming hebben van een afdelingshoofd.’ Hij liep rood aan. Gershon voelde de spanning in zijn buik oplopen. Het was nooit handig om anders te besluiten dan het personeel op de gang, dat wist hij, maar deze situatie vroeg om direct optreden, dat was hem ook duidelijk.

‘Die man is in doodsangst en daar moet ik wat mee. Lusjenko intimideert hem waar ik bij sta. Dit is een onhoudbare situatie.’

‘Nou, ik weet niet wat voor wachtcommandant jij bent, ouwe,’ snauwde Berend, ’maar je bent wel erg makkelijk over te halen.’

‘Deze man is getraumatiseerd…’

‘Ze zijn allemaal getraumatiseerd! Ze willen gewoon hun zin doordrijven!’

Deze man ga ik niet overtuigen, dacht Gershon. En deels heeft hij wel gelijk. Maar ik laat die Peruaan niet aan zijn lot over.

‘Meneer Xímenez gaat naar de andere kant. Blijf hen observeren. Bulent komt zo met de sleutel en dan kunnen jullie hem tijdelijk in de gespreksruimte opsluiten.’ Hij draaide zich om en liep terug naar de Centrale Post. Bijna het hele volgende uur was hij bezig om zijn beslissing te verdedigen en uit te werken, eerst over de telefoon tegen het laatste nog aanwezige afdelingshoofd en daarna in de diverse rapportages.

‘Als jij dat nodig vindt, geen enkel probleem. Maar maak er geen stoelendans van,’ was het laconieke commentaar van afdelingshoofd Kees uit gebouw 6 geweest. Daarna begeleide hij de verhuizing van Xímenes naar een cel op de andere vleugel, bij een rustige medebewoner.

 

Gershon was moe na de botsing met Berend. Hij had het even gehad op de afdeling en greep de kans om een kijkje te nemen op de iso-afdeling. Vanuit zijn afdeling was het slechts een kleine wandeling naar de centrale hal en de trap af naar de eerste verdieping. De strafcellen zaten allemaal vol. Er klonk een dof gebonk achterin de afgesloten gang. De twee bewakers zaten gespannen te roken in het kantoortje bij de ingang.

‘Er zit op cel 6 een totaal doorgedraaide gedetineerde, Happy heet hij,’ vertelde Dennis, de meest ervarene van de twee. ’Zo te zien is het een Afrikaan maar er is helemaal niets over hem bekend. ´No Name´ Happy heeft geweigerd het scheurpak aan te trekken en loopt naakt rond in zijn cel. Kijk, daar zie je hem op de monitor.’ Gershon zag de gespierde neger in de hoek van de cel bij de deur. Met kracht bonkte hij met zijn voorhoofd en handen tegelijk tegen de stalen celdeur. Het deed Gershon denken aan de mythologische Minotaurus uit het doolhof op Kreta toen hij hem zo bezig zag.

‘Laten we maar eens gaan kijken,’ zei hij en stond op.

‘Bereid je maar voor, Gershon, het is een beestenboel. Happy heeft zijn ontlasting overal langs de muren gesmeerd. Hij zit zelf ook onder de stront.’ Halverwege de gang kwam de stank hen tegemoet. Zodra het luikje open ging kreeg Gershon een weeïg gevoel in zijn maag. Happy stopte even met bonken maar hervatte al snel zijn lawaai door met volle kracht met handen, voeten en hoofd tegen de celdeur te keer te gaan.

‘Mr. Happy, calm down. Come here, let’s talk.’ Wat hij ook probeerde, hij kreeg geen contact met de bebaarde wildeman. Gershon belde met zijn afdelingshoofd. Erik Bakker zat thuis maar had oproepdienst.

‘Probeer de man te kalmeren. Als dat niet lukt, bel je mij weer,’ zei Erik toen hij het verhaal had aangehoord.

‘Dat heb ik de afgelopen twintig minuten geprobeerd Erik. Soms denk ik dat ik contact met hem heb. Dan kijkt hij me aan. Maar dan duikt hij plotseling weer met zijn kop tegen de deur of schreeuwt wartaal uit.’

‘Verwondt hij zichzelf?’

‘Niet meer dan schrammen en builen zover ik kan zien. Maar het lawaai klinkt door de hele iso-gang. De andere bewoners vragen constant over de intercom wanneer het stopt, ze worden nerveus.’

‘Kijk het nog even aan en als hij na een uur niet rustig wordt, wil ik dat je mij belt.’

Gershon keerde terug naar zijn afdeling maar werd in het volgende uur nog tweemaal door de gestreste iso-bewakers opgeroepen voor assistentie. Vol walging ging hij heen en weer. Als het luikje open ging, zag hij de stront langs de randen en op het raampje hangen en kwam de penetrante geur hem tegemoet. Er moest iets gebeuren, want de andere iso-cel bewoners raakten in paniek. Een man die de hele tijd in zijn cel in het Engels luid Bijbelverzen had geciteerd twee deuren verder was nu aan het schreeuwen: ‘Stop the fucking noise!’ De overbuurman van Happy, een magere Iraniër van achterin de twintig, hing met zijn arm door het deurluikje en schreeuwde: ‘He is crazy, he is going to put his cel on fire. My God, he will kill us all!’

Gershon probeerde hem te kalmeren en wilde zijn deurluikje sluiten maar daar raakte de man totaal van in paniek. ‘I have permission,’ hielt hij huilend vol en de iso-bewakers beaamden dat. Het onderhandelen ging nu tussen het angstige hoopje ellende aan de ene en de stinkende wilde aan de andere zijde van de gang. Plotseling keek Happy Gershon aan met een woeste blik alsof hij hem aan het inschatten was. Dat gaf Gershon weer een sprankje hoop dat hij hem had bereikt. Maar toen hij hem weer aansprak begon Happy plotseling uit volle borst te brullen als een leeuw. In zijn ogen was geen enkele rede meer te ontdekken. Als hij gromde zag Gerson ontlasting tussen zijn tanden. Wat heeft het voor zin om redelijk te praten tegen iemand die de rede totaal kwijt is, dacht hij. Er was geen sprankje menselijkheid meer in hem. Toen het uur om was belde hij weer met het afdelingshoofd.

‘Plak dan maar met tape een matras tegen de deur om het lawaai te dempen. Ik wil wel dat jullie hem op de camera’s in de gaten houden en me bellen als hij zichzelf verwondt.’

 

Terug op de afdeling wilde Gershon een vermoeden checken; de naam Happy zowel als die van de Iraniër, Mehmood, had hij eerder gezien bij de telling van vijf uur. De ene naam stond op de kaartindex bij een cel op de E-vleugel, de ander op F. Maar in beide cellen zaten al twee bewoners. De naam Mehmood kwam vaker voor, maar het was zeer onwaarschijnlijk dat er twee Happy’s waren. Toen hij het op de naamlabels bij de celdeuren controleerde bleken ook de registratienummers overeen te komen. Tot aan het einde van zijn dienst bleef Gershon tobben over de vraag wie de onbekende gevangenen waren, de twee in de iso-gang of hun naamgenoten op de afdeling. Bij de aflossing om elf uur zat hij er nog steeds mee in zijn maag en hij legde het aan zijn collega Martijn voor.

‘Ach, daar moet je niet zo moeilijk over doen. Het is gewoon chaotisch verlopen gisternacht,’ zei deze.

‘Maar je weet dat het hier een doodzonde is als je telling niet klopt.’

‘Als Roberto gezegd heeft dat Bakker er van weet, zou ik me er verder geen zorgen over maken.’ Zijn collega maakte zich zelden ergens zorgen over. Zijn gezette lichaam straalde altijd gemoedelijkheid en rust uit. Zo zat Gershon niet in elkaar. Hij wilde achteraf niet verantwoordelijk gehouden worden voor de chaos die de brand op Schiphol binnen hun inrichting had gebracht. Aan de andere kant wilde hij zijn eigen afdelingshoofd ook niet in verlegenheid brengen door de onbekende identiteit van twee bewoners op zijn afdeling wereldkundig te maken. Daarom stuurde hij een mailtje aan alle afdelingshoofden van het gebouw om aan te geven dat gedetineerden van naam en van cel wisselden en dat dit in combinatie met het onbekende aantal gedetineerden dat ontsnapt was, onzekerheid teweeg bracht over de identiteit van de bewoners van de bovenste verdieping. In een apart mailtje aan Erik Bakker deed hij het probleem uit de doeken over de twee dubbele namen die hij gevonden had. Nog even twijfelde hij of het wel verstandig was om dit aan te kaarten. Het kon wat betweterig overkomen. Uiteindelijk drukte hij op ‘verzenden’. Zo was hij ingedekt, redeneerde hij.

Geplaatst op Geef een reactie

CONCERTINA, de nieuwe roman van André Verkaik

(An English synopsis of the novel Concertina by André Verkaik can be found on this website at this location)

Concertina is een semi-autobiografische roman, geschreven door André Verkaik, voormalig

André Verkaik

detentietoezichthouder en wachtcommandant in detentiecentrum Zeist (2002-2006). Verkaik deed zijn schrijfopleiding aan de Schrijversvakschool te Amsterdam en bracht eerder de roman Dat Rode Spul (2013) en de bundel Incidenten, verhalen uit de handhaving (2016) uit. Concertina is het vlijmscherpe prikkeldraad dat in uittrekbare rollen wordt aangebracht op hekken en muren van gevangenissen en detentiecentra om uitbraak te voorkomen.

 

Het verhaal

De brand in het Uitzetcentrum Schiphol-Oost in de nacht van 26 op 27 oktober 2005, waarbij elf gedetineerden omkwamen en vijftien gedetineerden en bewakers gewond raakten, was een ingrijpende en traumatische gebeurtenis welke de Nederlandse samenleving diep trof, een ontluisterend relaas van falende veiligheidsprocedures.

Voor Gershon Weening betekent de komst van ongeveer honderd van de slachtoffers van de brand naar Detentiecentrum Zeist in die nacht een welkome afwisseling in zijn werk als wachtcommandant en een gelegenheid om zijn kwaliteiten te bewijzen. In zijn gedrevenheid toont Weening de afdelingshoofden van Justitie op Kamp Zeist dat er bij de chaotische binnenkomst van deze slachtoffers fouten zijn gemaakt, namen klopten niet, waardoor er onduidelijk bestond over de telling. Enige tijd later wordt hij uit zijn functie als wachtcommandant gezet vanwege een incident met een collega.

Weening staat weer als detentietoezichthouder op de gang en komt daardoor is nauw contact met de slachtoffers van de brand in het uitzetcentrum Schiphol-Oost. Met degenen die over zijn, want ze worden door Justitie in rap tempo uitgezet terwijl in de Tweede kamer wordt gedebatteerd over een generaal pardon voor deze groep. Met zijn team werkt Gershon aan de sfeer op de afdeling, er worden evenementen georganiseerd en kleding ingezameld. De verhalen van gedetineerden worden vastgelegd, brieven van advocaten en rechtbanken worden uitgelegd om de mannen voor te bereiden op advocaatbezoek en rechtbankzittingen.

Afdelingshoofd Erik Bakker ziet dit als een aanval op zijn gezag en stelt steeds strengere maatregelen in voor het bewakende personeel. Het wordt Gershon duidelijk dat niet het incident met de collega maar zijn bekendmaking van de fouten in de nacht na de brand de reden was voor zijn schorsing. Er ontstaat een spel van kat en muis, waarbij andere bewakers en de gedetineerden de ingezet worden om winst op elkaar te behalen. Terwijl het Bakker’s opdracht is om zo veel mogelijk van de honderd slachtoffers van de Schipholbrand uit te zetten, lukt het Weening om een paar van zijn gedetineerden vrij te krijgen. Na deze Pyrrusoverwinning weet Gershon dat hij nooit meer iets anders zal doen dan schoonmaak-werkzaamheden als hij blijft, en besluit Kamp Zeist te verlaten.

Concertina, A. Verkaik

Buiten wordt Weening benaderd door ex-gedetineerden. Hun vrijheid blijkt maar schijn te zijn, ze worden vastgehouden in een asielzoekerscentrum in Oost-Groningen en verkeren ook daar weer in een uitzichtloze situatie. Door dit onder de politieke aandacht te brengen krijgen deze slachtoffers een schadevergoeding en ontvangen uiteindelijk 39 van de slachtoffers van de Schipholbrand een permanente status.

 

*Hoofdstuk 1 van de roman Concertina, getiteld Nabrander, is integraal gepubliceerd op deze website en kan bereikt worden door deze link te volgen.

Geplaatst op Geef een reactie

INCIDENTEN, VERHALEN UIT DE HANDHAVING

Op 21 november 2016 is de bundel Incidenten, verhalen uit de Handhaving van auteur André

Incidenten, korte verhalen uit de handhaving
Incidenten, verhalen uit de handhaving

Verkaik uitgebracht. Verkaik schreef zijn korte proza op basis van ervaringen in zowel operationele als leidinggevende functies onder meer op Schiphol, in het gevangeniswezen en in detentiecentra. Momenteel is de schrijver nog steeds parttime actief bij evenementen en als surveillant in de binnenstad van onder meer Amsterdam en Utrecht. ‘Ik ben geen literaire of journalistieke spion, zoals Günther Wallraff dat was voor zijn roman Ik (Ali). Ik werkte gewoon als bewaarder of beveiliger en deed dat over het algemeen met plezier en met een gevoel van zingeving.’

Verkaik wil in zijn verhalen de vrouw en man ín het uniform een gezicht geven. Het uniform schermt af, wat noodzakelijk is, want je handhaaft de orde en de wet namens de overheid, instellingen of bedrijven. ‘Ik moet tijdens mijn werkzaamheden een boel shit incasseren, het glijdt van me af, ze kennen mij niet en kunnen mij niet raken. En ze hebben ook geen idee van de issues die ik meedraag naar mijn werk.’

Het idee voor het eerste verhaal, ‘Politieacties’, kwam tot stand door twee berichten in het Parool, het één over agenten die actie voerden voor betere beloning en het ander over een familiedrama in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. In het verhaal, Washroom blues, dat er op volgt, gaat een supervisor beveiliging op Schiphol met zijn billen bloot, wat als metafoor dient voor Verkaiks intentie om door te dringen tot de mens ín het uniform.

Elk volgende verhaal is langer en gaat dieper in op de complexiteit van het handhaven en de druk op de hoeders van de orde. In sommige verhalen wordt ook de afwezigheid of het niet functioneren van handhaving aan de kaak gesteld. Politie, Boa’s, beveiligers, bewakers, een volkje met een eigen cultuur? ‘Handhavers en beveiligers zijn de eerstelijns waarborg voor veiligheid, orde en rust in deze veranderende en polariserende samenleving. We vervullen daarmee uiterst verantwoordelijke, maatschappelijke taken, voor doorgaans minimale beloning en met weinig opleiding.’

Een goede dienst is een dienst zonder bijzonderheden. Maar het zijn de incidenten die bewaard blijven, ze worden vastgelegd in dienstrapportages voor evaluatie en eventuele verbeteracties. Deze bundel presenteert een aantal fictieve incidenten op basis van reële veiligheidssituaties.

Incidenten, verhalen uit de handhaving, is een co-productie van de schrijver en uitgeverij Calbona uit Rotterdam. Het boek is verkrijgbaar in alle Nederlandse boekhandels, ook online.

boekpresentatie Andre Verkaik 8 april 2013André Verkaik is geboren in Landgraaf (L), hij groeide op in Hoogezand-Sappemeer en woont momenteel in Huizen (NH).

Hij studeerde theologie aan de VU en deed zijn schrijftraining aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. Hij schreef daarna een aantal verhalen en essay waarvan diversen werden genomineerd of gepubliceerd. In 2013 publiceerde Verkaik zijn debuutroman Dat Rode Spul. Verder schrijft en redigeert hij teksten voor het tekstbureau AYBS (Areyoubeingsurfed.nl).

 

Incidenten, verhalen uit de handhaving is hier te bestellen.

Geplaatst op Geef een reactie

Dat Rode Spul is er weer op pamac.nl

Na enige tijd van afwezigheid is de thriller Dat Rode Spul weer beschikbaar in de webshop van uitgeverij PAMAC, op www.pamac.nl. Zowel als e-book, voor € 9,99 als in de traditionele boekvorm, winkelprijs € 17,95. Een mooi geschenk voor  kerst.

Politieke thriller

Dat Rode Spul speelt zich af in het Europa tussen de oude en de nieuwe koude oorlog in. De spanning tussen Oost en West was altijd latent aanwezig. Dat speelde ook in de geest van de auteur André Verkaik, die opgroeide in de jaren zeventig, midden in de koude oorlog. De titel van het boek, Dat Rode Spul, was van het vroegste begin bedoeld om de lezer op een dwaalspoor te zetten en de schuld in de schoenen van het rode gevaar, het Rusland van Putin en Medvedev te schuiven. Terwijl de ware bron van het kwaad net als in de ‘echte’ wereld niet van communistische maar van nationalistische aard blijkt te zijn.

Familiedrama

Gelukkig spelen  deze geopolitische thema’s slechts als achtergrond voor een over het algemeen vermakelijk familiedrama. Wat maar weer wil aangeven dat elke gewone Nederlandse familie op vakantie verstrikt kan raken in wereldomvattende conflicten. J.J.R. Tolkien’s veel geciteerde uitspraak is hier zeker op zijn plaats:

‘It’s a dangerous business, Frodo, going out your door. You step onto the road, and if you don’t keep your feet, there’s no knowing where you might be swept off to.’ – Bilbo Baggins

Veel leesplezier!

Geplaatst op Geef een reactie

Dat Rode Spul, als ePub uitgegeven door PAMAC

Vanaf 15 oktober 2014: voor allen die al om zijn en hun boeken graag digitaal lezen: Dat Rode Spul, de explosieve thriller van André Verkaik is nu ook te krijgen als ePub, ofwel als elektronisch boek. Net zo spannend en onderhoudend, maar makkelijk te bewaren en in te zien op een e-reader. Uitgeverij PAMAC heeft deze publicatie uitgevoerd. Dit is gelijk de tweede, herziene druk van Dat Rode Spul, waarin de nodige kleine correcties zijn uitgevoerd en hier en daar wat accenten zijn aangezet op basis van lezers feedback. PAMAC heeft een uitgevers-contract aan auteur André Verkaik aangeboden en zal later dit jaar deze tweede druk ook in boekvorm verzorgen. Verder hebben de partijen het voornemen uitgesproken om nog twee manuscripten van André Verkaik als romans uit te geven, in 2014 en 2015 respectievelijk.

Maar voor nu is hier de ePub. Hij is te verkrijgen via boekenwinkels, online-bookstores en via de webshop op www.pamac.nl.

Zie hieronder de aankondiging op de site en click op de afbeelding om naar de webshop te gaan:

 

NIEUW VERSCHENEN
.

Omslag Dat Rode Spul

Dat Rode Spul
André Verkaik

Een perfect uitgevoerde terroristische aanslag op het Vredespaleis in Den Haag, gevolgd door een serie explosies op diverse locaties in Europa. Erwin de Boer en Henk Verhagen zijn er niet alleen getuigen van, maar volgens een van hen, ook verantwoordelijk voor. 

ISBN: 978-94-90385-83-5
Categorie: literaire thriller
Epub zonder DRM

Prijs: € 9,99