Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels 3: Plantage Overtoom

Slechts enkele minuten lopen vanaf het Leidseplein, gelijk aan het begin van de Overtoom, vind je het andere soort boekenwinkel dat Nederland rijk is: zelfstandig en toch onderdeel van een keten van boekenwinkels, heeft Plantage Overtoom naast een breed aanbod aan boeken, ook een rijke keuze aan tijdschriften en kantoorartikelen. En gelukkig maar, want de echte kantoormaterialenwinkel verdwijnt in mijn beleving sneller uit het Nederlandse straatbeeld dan de boekenwinkel. Ik ben als schrijver dan ook dankbaar afnemer van bijvoorbeeld menig pak printpapier dat vervolgens grotendeels in de vorm van bedrukte propjes in mijn papierbak verdwijnt.

Maar boeken was wat mij het eerst deze boeiende boekhandel binnenbracht. Ook, ik geef het toe, om te zien hoe het de exemplaren van mijn zielskindje, de roman Dat Rode Spul, vergaat. Ik heb ze hier een tijd geleden mogen achterlaten, samen met Een centimeter vanaf het geluk, de modernistische roman van Marinko Koščec. Hij komt uit Kroatië en beschrijft de belevenissen van een viertal studenten uit zijn land vanaf het moment dat ze in een West-Europese stad gaan studeren. Ik schrijf over de ervaringen van twee Nederlandse gezinnen op vakantie in Kroatië. Wat ons bij elkaar brengt, is de Kroatische, maar al enkele decennia in Amsterdam woonachtige vertaalster Sanja Kregar, die zich met haar uitgeverij KLIN (Kroatische Literatuur in Nederland) onvermoeibaar inzet voor het bekend maken van de literatuur uit haar mooie moederland.

Een centimeter vanaf het geluk, M. Koscec.
Een centimeter vanaf het geluk, M. Koscec.

Voor ik bij de literatuurafdeling aankom, passeer ik tafels en stellages vol met de nieuwe en populaire titels in veel-gelezen genres, zoals literaire en psychologische thrillers, detectives en familieromans van bekende Nederlandse en internationale auteurs. Dat aanbod is enorm, er is voor iedereen wat te vinden. Wat mij nu opvalt is dat de woorden meisje en zusje onevenredig vaak zijn vertegenwoordigd in de titels. Ik zie bijvoorbeeld Meisje vermist van Tess Gerritse, Mooie meisjes van Karin Slaughter, Zusje van Rosamund Lupton en Verdwenen zusjes van Laura Lippman aan mijn ogen voorbijgaan en filosofeer of hier en bepaalde betekenis aan moet worden gegeven. Het valt me op dat alle auteurs vrouwen zijn. Zou hun verhaal de beoogde lezers raken omdat ze zich met het personage kunnen associëren én het ze een van de grootste menselijke angsten laat beleven, namelijk om totaal overgeleverd te worden aan kwaadwillenden? Ik denk dat ik in ieder geval kan veronderstellen dat mijn hypothetische romans Mooie jongetjes en Verdwenen broertjes het een stuk minder goed zouden doen en neem me dan ook gelijk voor om ze het stadium van de papierpropjes niet eens te laten bereiken.

proppapierLangs een aantal tafels met mooi uitgestalde cadeaus kom ik terecht in een wereld van herkenning; de afdeling tweedehandsboeken is een boekenbal, het is de spiegel van ons Nederlandse literaire geheugen: de bekende twintigste-eeuwse auteurs als Wolkers, Mulisch, Haasse, Bernlev, Reve en Meijsing zijn allemaal goed vertegenwoordigd, evenals een flink aantal Scandinavische schrijvers, om maar wat categorieën te noemen. Hier kan ik uren doorbrengen, ik lees opnieuw stukjes uit Het goud van Thomas Vargas van Isabel Allende, sprookjes voor minder dan Duizend-en-een-nachten maar elk het meerdere malen herlezen waard. Ook de Chileense schrijfster laat een onschuldig meisje genadeloos verdwijnen in een gat van eenzaamheid en verlangen, maar laat ons ook genieten van de smaken, geuren en kleuren, de folklore en de ordeloosheid van het Latijns Amerikaanse wilde westen.

Verder gaand naar achter wordt mijn oog als vanzelf getrokken naar de grote volumes met veel fotomateriaal, zoals het prachtige Famous City Amsterdam, waarin beroemde mensen worden geportretteerd in Amsterdam, en zij hun visie geven op onze mooie hoofdstad. Ik leer dat de Amerikaanse acteur William Dafoe hier een tijd drama gestudeerd en beoefend heeft en van mening is dat ‘alles in drama in Amsterdam onderuit is gehaald’. William heeft op jonge leeftijd, toen zijn kop nog niet zo fotogeniek met rimpels doorweven was, zijn naam in Willem veranderd om te voorkomen dat men hem in zijn geboorteplaats, Appleton, Wisconsin, Billy zouden noemen. Willem was here!

En dan eindelijk, helemaal tegen de achterwand, rechts van het drukbezochte postkantoortje, komt mijn zoektocht succesvol ten einde. Beide exemplaren van Dat Rode Spul staan netjes op hun alfabetische plekje in de kast, net als Een centimeter vanaf het geluk van Koščec. Fijn dat ze er zijn! Nog beter is het als ze hun weg vinden naar geïnteresseerde lezers. Nu weet u ze te vinden.

Weer thuis aangekomen ligt er een boek op de salontafel, de nieuwste aankoop van mijn vrouw: Verdwenen zusjes van Laura Lipman. Er is dus wel degelijk een markt voor. Toch eens inkijken misschien?

Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels: boekhandel Schimmelpennink

Het doel van dit artikel is om aan te tonen dat je best een boekenwinkel in kunt lopen zonder geld uit te geven. Ik neem de proef op de som bij boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam. De keuze heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat mijn roman Dat Rode Spul er een mooi plekje heeft gekregen, niet in het schap, nee, op een vooruitgestoken lessenaartje dat links voorbij de ingang aan de boekenkasten hangt.

Boekenkasten is een van de twee sleutelwoorden die deze prachtige winkel aan de Weteringschans beschrijven. Alle wanden zijn bedekt met houten kasten en schappen, vaak tot aan het plafond, dat zonder overdrijven wel eens vier meter hoog zou kunnen zijn. In een hoek rechts staat een ladder, zo´n authentieke die je in oude films in bibliotheken ziet. Er gaat een sterke aantrekkingskracht vanuit, maar ik durf het toch niet aan om daar zomaar op te klimmen om de boeken in hogere sferen te bekijken. Wel zou ik het kleine, met een eigen inklapbaar trapje van drie treden uitgeruste krukje dat ernaast staat, kunnen bestijgen als het moest.

Portretten, dat is het tweede sleutelwoord. Grote ingelijste zwart-wit foto’s van bekende schrijvers en dichters die naam maakten in de eerste helft van de vorige eeuw, hangen hoog boven mijn hoofd in het midden van de winkel. In de etalage hangt een nog groter portret, dit in olieverf, van Gerard Reve. En ook om de deurposten heen hangen fotoportretten, van kleiner formaat, van internationale grootheden uit de literatuur. Maar wie zijn de mannen daar boven die op mij neerkijken met een blik van, verkoop jij maar eens zoveel boeken dat je mag hangen bij Ton Schimmelpennink. Ik herken er wel een paar, maar de namen willen niet komen. Om hun namen te kunnen lezen begeef ik mij, aanvankelijk wankel maar dan toch met meer zelfvertrouwen, op dat krukje met uitklapbaar trapje als ik zie dat de boekhandelaar even weg is. Helaas blijven ook nu hun namen onleesbaar. Dan maar de heer Schimmelpennink zelf vragen, een statig personage met grijze haardos en vriendelijke ogen boven een leesbril. ‘Kijk’, begint hij op respectvolle toon, ‘dat is de grote Nescio, en rechts van hem de dichter Lucebert. Daar is Bordewijk, grote namen uit de Nederlandse literatuur.’ O, alleen het uitspreken van die namen brengt al verhalen en gedichten voort in mijn geest, maar vooral herinneringen aan de middelbare school, de Dr. Aletta Jacobs Scholengemeenschap in Hoogezand-Sappemeer.

Nu nog even rondkijken naar de boeken en wat merk ik tot mijn schrik? Nooit meer slapen, mijn favoriete roman van W.F. Hermans, is als pocket te koop voor maar acht euro! Het boeiende verhaal over de student geologie Alfred Issendorf die voor een promotieonderzoek door Noorwegen reist op zoek naar gaten. Een boek dat iedere student of promovendus zou moeten lezen voor of tijdens een internationale stage of onderzoeksproject. Om in te zien welke rol ambitie speelt in het wetenschappelijke bedrijf, en niet minder het leren onderkennen van cultuurverschillen. Ik zou hem gewoon nog een keer aanschaffen als ik me niet had voorgenomen om geen geld uit te geven vandaag.

En vlak daarnaast in het zelfde schap wordt mijn aandacht getroffen door de naam die mij altijd interesseert, Franz Kafka. Nee, het zijn niet zijn wonderlijke romans, Het proces, Het slot, Amerika, die elders in de winkel staan. Ook niet zijn vaak lugubere korte verhalen maar zoals er de laatste tijd zo vele zijn, een roman gebaseerd op Kafka’s dagboeken, brieven en werken en op wat we weten van zijn beste vriend en biograaf Max Brod. Zoals de vermakelijke roman Kafka’s vriend van de Kroatische auteur Miro Gravan, uitgebracht door uitgeverij KLIN (Kroatische Literatuur in Nederland), en op deze website als ePub te krijgen.

De roman die ik in mijn hand houd, De heerlijkheid van het leven door Michael Kumpfmüller, vertelt volgens de Frankfurter Algemeine het verhaal over de laatste liefde van Kafka. Kijk, dat is mooi, ik ken Kafka hoofdzakelijk als iemand die schrijft over niet behaalde ambities en mislukte liefdes maar weet slechts vaag iets over Dora Diamant, de  jonge vrouw die hij aan het einde van zijn leven leerde kennen in Berlijn en die hem terug bracht bij zijn Joodse roots. Ze bleven bij elkaar tot aan zijn dood aan tuberculose minder dan een jaar later. Daar zou ik meer over willen lezen, en willen weten of de auteur mijn Franz Kafka ook overeind heeft gelaten.

Ik draai me om, want ik voel dat ik begin te wankelen, mijn experiment loopt gevaar te mislukken. En als ik de volle honderdtachtig graden rond ben val ik definitief, als mijn ogen vallen op wat wel het best bewaarde geheim moet zijn van de Nederlandse literatuur uit 2015. De Halfbroer, het nieuwe boek van Nicolien Mizee! Ze heeft het afgekregen en hier ligt het. Nicolien was mijn docente Roman aan de Schrijversvakschool, hier in Amsterdam. En in die tijd sprak ze erover hoe schokkend het was geweest om te ontdekken dat ze een broer had die ze nooit had gekend, tot recent. En dat ze overwoog erover te gaan schrijven. Een mooie en positieve aanvulling op haar bekendste boek: En toen kwam moeder met een mes. Die titel en de onverbiddelijke rode strepen, vraagtekens en opmerkingen in onze ingeleverde stukken tekst brachten ons als klas ertoe om in het geschenk aan haar bij de afsluiting van de Romancursus gekscherend te schrijven: ‘En toen kwam Nicolien met een rode pen’. Dit wil ik lezen, hier gaat een verhaal verder van lang geleden dat nog wachtte op een, mogelijk happy, ending.

Dit dreigt totaal uit de hand te lopen. Zonder nog links of rechts te kijken ga ik op de kassa af, met De halfbroer in mijn rechter en, in een snelle beweging maar trefzeker gepakt, De heerlijkheid van het leven in mijn linker hand. Ik geef ze beide aan Ton Schimmelpennink en zeg, ‘Reken dit maar af’, haal vervolgens enkele vergeelde envelopjes uit de binnenzak van mijn colbert en vervolg, ‘met deze boekenbonnen.’

Waarmee maar weer bewezen is dat je gerust een boekenwinkel in kan lopen zonder geld uit te geven.