Geplaatst op Geef een reactie

English synopsis Concertina

Story

A fire broke out at a detention centre for rejected asylumseekers at Schiphol Airport Amsterdam in the night 26 op 27 October 2005. It was a shocking and traumatic incident which deeply touched Dutch society. Eleven detainees were killed and fifteen detainees and wardens injured in that fatal accident, a sad account of failing security procedures.

To head warden Gershon Weening, the arrival at his detention centre of ninety-eight of the victims of that tragic fire-incident offered a welcome change to the daily routine at his facility. He looked forward to an opportunity to help a vulnerable group of detainees. It would also give him a chance to show his qualities to his superiors. Driven by his zeal, Weening demonstrates to the department heads of the penitentiary facility at Camp Zeist that mistakes were made during the chaotic arrival of the victims of the fire. Names of some of the inmates appeared double or were missing, which resulted in uncertainty about the number and identity of the detainees on his ward. Not long afterwards, Gershon is relieved of his position as head warden because of an incident with a colleague.

Back on the ward as warden, Gershon comes into close contact with the victims of the fire at Schiphol Airport. With those that are left that is, because as he notices, the Justice department has ordered a rapid deportation-procedure for this group of detainees. Which was strange, because a debate in the Dutch Parliament whether or not to grand these victims of the fire a general pardon to stay in the Netherlands was still ongoing.  Together with his colleagues, Gershon works to improve the conditions and general atmosphere on the ward for those that remain. Sportive and social events are organized, clothes are gathered. The stories of the prisoners are heard and written down. Letters from lawyers or from court concerning the individual cases are read and explained to the detainees to prepare the men for their next appearance in court.

Erik Bakker perceives the behaviour of his staff on ward E as a threat to his authority as department head. A cat and mouse fight ensues between Bakker and Weening: each time the warden introduces a new initiative to improve conditions for the detainees, more restrictive procedures are put in place by the department head. Other wardens and the detainees are used to achieve gains against each other. Whilst it is the department head’s assignment to get as many of the victims of the Airport-fire deported before a political decision falls to grant them all asylum, Gershon puts all his effort in getting at least some released. When he achieves his pyrrhic victory, Gershon knows that he will never do anything but cleaning jobs if he stays. He decides to leave Camp Zeist for security work in the private sector.

Some weeks later Weening is contacted by a small group of former inmates from Camp Zeist. These victims of the fire have been released as a result of his efforts, but their freedom is a farce, so he finds out. They are compelled to stay at an asylum seekers facility in the far east of the county, waiting indefinitely for their permanent visa-papers. Gershon intervenes on their behalf once more by calling in the help of a high profile lawyer who brings the fate of these victims to the attention of the right members of parliament. Eventually 39 of the 268 victims of the fire at the Schiphol Airport detention centre receive financial compensation and a permanent status to remain in the Netherlands.

*Chapter 1 of this novel is published in Dutch on this website here.

Title

Concertina is the razor sharp barbwire which comes in harmonica-like rolls and is placed on  fences and walls of prisons and detention centres to prevent breakouts.

 Author

Concertina is a semi-autobiographical novel, written by the Dutch theologian and novelist André Verkaik. The author formerly was warden and head warden at the prison facility, located in detention centre Camp Zeist (2002-2006), in the Netherlands. Verkaik followed short prose and novel writing courses at the Amsterdam writers college (‘Schrijversvakschool’) and has previously published the novel That Red Stuff (‘Dat Rode Spul’) and a collection of short prose, entitled Incidents, stories of  law enforcement (‘Incidenten, verhalen uit de handhaving’), so far only published in Dutch. Apart from his literary projects, André Verkaik is the founder and editor in-chief of text bureau AYBS (Areyoubeingsurfed.nl) and is still involved in part-time security assignments.

 

Works by A. Verkaik:

-Dat Rode Spul, 2013, Calbona, Rotterdam . ISBN 9789 491 254772. (English synopsis click here)

-Incidenten, verhalen uit de handhaving, 2016, Calbona Rotterdam. ISBN 9789 492 575111.

-Concertina, 2017, Calbona, Rotterdam. ISBN 9789 492 575814.

Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels 4: Pegasus

Wandelend langs de Amsterdamse grachten op zoek naar een interessante boekenwinkel passeer ik een slanke jonge dame met een hondje. Zij heeft mooie lange benen in nylon kousen onder een korte broek, een kort jasje met een bontkraag en lang golvend blond haar. Het hondje dat haar driftig voort trekt is van het type Gremlin, met kleine snelle pootjes en een statisch roodbruin kapsel van top tot teen. In het voorbijgaan maak ik oogcontact met de blondine, ze glimlacht haar tanden bloot. Ik lach terug. Dan zijn we elkaar gepasseerd, ach, het leven gaat te snel.

Nog daaraan denkend kom ik op mijn bestemming aan, Singel 367, een smal grachtenpand met hoge ramen. Pegasus is de kleinste boekhandel die ik heb bezocht tot nu toe, met op de begane grond stellagekasten met boeken rondom en een aantal tafels in het midden. Achterin de zaak, voorbij de kassa, leidt een sierlijke trap naar verdieping 0.5 waar meer moois te zien is achter een balustrade. MaarMisdaad en straf hoe bescheiden ook in omvang, toch is boekhandel Pegasus vakspecialist op het gebied van literatuur uit Oost- en Midden Europa. Voor veel lezers blijft deze literatuur na een minimale kennismaking op de middelbare school een gesloten boek. Misschien komen namen als Tolstoi, Tsjechov en Solzhenitsyn nog bekend voor, ook al hebben ze niet meer dezelfde allure als tegenwoordig Tolkien, Rowling of Stephen King. Je kunt je afvragen of de Oost-Europese literatuur nog wel relevant is in deze tijd. Maar toch, kijk, daar staat bijvoorbeeld Misdaad en straf van Dostojewski, een Krimi geschreven vanuit het perspectief van de dader. Gelijk vanaf het begin staat  vast ‘who dun it’. Het is de motivatie van de moordenaar die interessant is. Een verwarde student loopt rond in St. Petersburg met ideeën en vragen over geweld en macht. Zijn hypothese is dat mensen met veel macht, zoals Napoleon, maar denk ook aan Stalin en Hitler later, wegkomen met geweld. Het moorden wordt door de geschiedenis gerechtvaardigd. Deze kronkel die hem tot moord drijft, wordt vaak gelinkt aan Nietzsche’s idee van de Übermensch, en terecht, maar Nietzsche publiceerde pas in de jaren tachtig van de 19de eeuw, toen Misdaad en Straf al 15 á 20 jaar in omloop was. De beïnvloeding was andersom, de fictie van Dostojewski leidde tot een filosofie, Nietzsche was een groot bewonderaar van de schrijver. En wat zegt een boek als dit bijvoorbeeld over de overmoed van een Vladimir Putin?

Maar Pegasus heeft meer dan Russische literatuur. Elk land in de gevarieerde regio die met Midden en Oost Europa wordt aangeduid, heeft een afdeling. Dan komt bij mij de naam Havel naar boven, de laatste president van Tsjecho-Slowakije en de eerste van Tsjechië. Die deed toch ook iets in de literatuur? ‘Ja’, zegt Wim Bosch, de verkoper van de Pegasus boekhandel, ‘Vaclav Havel was toneelschrijver en essayist.’ De toon waarop dhr. Bosch het zegt, geeft aan dat ik dit had moeten weten. En terwijl hij het zegt, reikt zijn lange arm al over mij heen naar een schap achter mij en haalt een klein boekje tevoorschijn. ‘Kijk, Het Tuinfeest, uit 1958, het toneelstuk waarmee Havel debuteerde.’ Het volgende half uur zit ik mij te verkneukelen aan humor uit een voorbije eeuw: bureaucratische denkwijzen die karikaturaal worden neergezet in dialogen vol woordspelingen en herhalingen, ad absurdum. Complimenten voor de vertaler, Kees Mercks, die ver gegaan moet zijn om spreekwoorden die in onze optiek oer-Nederlands zijn een verrassende wending te geven zoals Havel dat gedaan zal hebben met Tsjechische zegswijzen. Zo zegt een partijbons dat niets vreemds hem menselijk is, en waarschuwt een inspecteur zijn toehoorders om het badwater niet met het kind weg te gooien. Havel schuwt het ook niet om de waan van het verhaal te doorbreken zoals blijkt uit dit fragmentje midden in een dialoog:

Amalia:                Nou, dan ga ik maar weer. Tot ziens

Ze wil niet weg, blijft staan

Mevr. Pludek:   Trek het je niet aan meiske! Toen ik begon kreeg ik nog veel kleinere rolletjes!

Amalia:                Dat waren ook andere tijden mevrouw! Da-ag!

En af gaat Amalia.

Vermakelijk stuk, zeker interessant om nog eens op te laten voeren. Ik neem het exemplaar graag mee. Nog even kijken wat er zich bovenaan die sierlijke trap bevindt. De boekenverkoper waarschuwt: ‘Dat is de talenafdeling’. En inderdaad staat hier de literatuur in de originele Slavische talen. ‘Hier zult u de Slavisten aan de universiteiten in Amsterdam goed mee kunnen bedienen’, suggereer ik, wat dhr. Bosch beaamt. Gelukkig voor mij is een deel van deze collectie tweetalig, zoals de uitgebreide serie van Reclam-Verlag, de typisch kleine boekjes in oranje en rode slappe kaft, zonder afbeelding op de omslag. Ik ontdek een enorme hoeveelheid aan klassiekers in het Russisch en Duits waaruit ik een keuze maak.

Beneden reken ik mijn aanwinsten af, € 12 voor het toneelstuk van Havel en een klein werkje van Tsjechov, proletarische prijzen! Dan nog even de “boekhouding”, ofwel, hoe staan mijn eigen boeken erbij. Tot mijn verrassing blijkt mijn roman Dat Rode Spul, die in de sectie Kroatië moet staan, want in dat mooie land speelt de thriller zich af, er niet meer te zijn. ‘Dan is hij verkocht’, zegt dhr. Bosch. Waardoor ik er weer een kan achterlaten. Alle boeken van mijn favoriete uitgeverij KLIN, vertaalde werken van hedendaagse Kroatische auteurs, zijn er ook. Zoals het kostelijke en enigszins postmodernistische Een centimeter vanaf het geluk van Marinko Koščec , dat op levendige wijze de ervaringen weergeeft van Midden en Oost Europese studenten in West Europa en hoe hun carrières daarna verlopen tot aan het fictieve jaar 2050.

Goed gestemd verlaat ik de behaaglijke warmte van de boekhandel, mij afvragend wat het mythologische paard Pegasus te maken heeft met al die interessante literatuur. Terwijl ik de Singel uitloop richting het Spui zie ik op de hoek dezelfde jongedame met haar hondje op een terras zitten. Ze zit alleen aan een tafeltje, gezicht naar het herfstzonnetje gericht dat rechts van de kerk aan de overkant van de Singel staat te stralen. Ze heeft de ogen gesloten als in aanbidding. De tafel naast haar is vrij en in een opwelling neem ik er plaats. Haar hondje ziet mij wel, ik steek mijn hand uit om hem naar mij toe te lokken, maar het beestje  gromt en huppelt zenuwachtig heen en weer, waardoor zij uit haar trance komt, de ogen opent en me recht aankijkt. Een blik van herkenning?

‘Hallo, ik zag je lopen daarnet, op de Singel, met je hondje.’ zeg ik plompverloren.

Ze knikt, een lach op het gezicht, verlegen? Verwachtingsvol? Of onnozel? Het  is in ieder geval een dame met het hondjemooie lach. Ik verbaas me over de egale crèmekleurige huid op haar gezicht. Is het echt of make-up? Samen met het blonde haar geeft het haar een Barbie-achtige look, prachtig.

‘En je raadt nooit wat ik net gekocht heb, in een boekenwinkel verderop’, vervolg ik en begin koortsachtig in mijn tassen te zoeken tot ik de boekjes vind en de kleinste van de twee aan haar laat zien. ‘Kijk, “De dame met het hondje“, van Anton Tsjechov, toevallig hè?’

‘Eh, ne razumijem,’ zegt ze met een verontschuldigende blik, en giechelt een beetje verlegen. Ik versta er niets van. Het klinkt Russisch, maar kan elke andere Oost Europese taal zijn. Ach, had ik nu maar Slavische talen gestudeerd.

Geplaatst op Geef een reactie

Boeiende boekenwinkels 3: Plantage Overtoom

Slechts enkele minuten lopen vanaf het Leidseplein, gelijk aan het begin van de Overtoom, vind je het andere soort boekenwinkel dat Nederland rijk is: zelfstandig en toch onderdeel van een keten van boekenwinkels, heeft Plantage Overtoom naast een breed aanbod aan boeken, ook een rijke keuze aan tijdschriften en kantoorartikelen. En gelukkig maar, want de echte kantoormaterialenwinkel verdwijnt in mijn beleving sneller uit het Nederlandse straatbeeld dan de boekenwinkel. Ik ben als schrijver dan ook dankbaar afnemer van bijvoorbeeld menig pak printpapier dat vervolgens grotendeels in de vorm van bedrukte propjes in mijn papierbak verdwijnt.

Maar boeken was wat mij het eerst deze boeiende boekhandel binnenbracht. Ook, ik geef het toe, om te zien hoe het de exemplaren van mijn zielskindje, de roman Dat Rode Spul, vergaat. Ik heb ze hier een tijd geleden mogen achterlaten, samen met Een centimeter vanaf het geluk, de modernistische roman van Marinko Koščec. Hij komt uit Kroatië en beschrijft de belevenissen van een viertal studenten uit zijn land vanaf het moment dat ze in een West-Europese stad gaan studeren. Ik schrijf over de ervaringen van twee Nederlandse gezinnen op vakantie in Kroatië. Wat ons bij elkaar brengt, is de Kroatische, maar al enkele decennia in Amsterdam woonachtige vertaalster Sanja Kregar, die zich met haar uitgeverij KLIN (Kroatische Literatuur in Nederland) onvermoeibaar inzet voor het bekend maken van de literatuur uit haar mooie moederland.

Een centimeter vanaf het geluk, M. Koscec.
Een centimeter vanaf het geluk, M. Koscec.

Voor ik bij de literatuurafdeling aankom, passeer ik tafels en stellages vol met de nieuwe en populaire titels in veel-gelezen genres, zoals literaire en psychologische thrillers, detectives en familieromans van bekende Nederlandse en internationale auteurs. Dat aanbod is enorm, er is voor iedereen wat te vinden. Wat mij nu opvalt is dat de woorden meisje en zusje onevenredig vaak zijn vertegenwoordigd in de titels. Ik zie bijvoorbeeld Meisje vermist van Tess Gerritse, Mooie meisjes van Karin Slaughter, Zusje van Rosamund Lupton en Verdwenen zusjes van Laura Lippman aan mijn ogen voorbijgaan en filosofeer of hier en bepaalde betekenis aan moet worden gegeven. Het valt me op dat alle auteurs vrouwen zijn. Zou hun verhaal de beoogde lezers raken omdat ze zich met het personage kunnen associëren én het ze een van de grootste menselijke angsten laat beleven, namelijk om totaal overgeleverd te worden aan kwaadwillenden? Ik denk dat ik in ieder geval kan veronderstellen dat mijn hypothetische romans Mooie jongetjes en Verdwenen broertjes het een stuk minder goed zouden doen en neem me dan ook gelijk voor om ze het stadium van de papierpropjes niet eens te laten bereiken.

proppapierLangs een aantal tafels met mooi uitgestalde cadeaus kom ik terecht in een wereld van herkenning; de afdeling tweedehandsboeken is een boekenbal, het is de spiegel van ons Nederlandse literaire geheugen: de bekende twintigste-eeuwse auteurs als Wolkers, Mulisch, Haasse, Bernlev, Reve en Meijsing zijn allemaal goed vertegenwoordigd, evenals een flink aantal Scandinavische schrijvers, om maar wat categorieën te noemen. Hier kan ik uren doorbrengen, ik lees opnieuw stukjes uit Het goud van Thomas Vargas van Isabel Allende, sprookjes voor minder dan Duizend-en-een-nachten maar elk het meerdere malen herlezen waard. Ook de Chileense schrijfster laat een onschuldig meisje genadeloos verdwijnen in een gat van eenzaamheid en verlangen, maar laat ons ook genieten van de smaken, geuren en kleuren, de folklore en de ordeloosheid van het Latijns Amerikaanse wilde westen.

Verder gaand naar achter wordt mijn oog als vanzelf getrokken naar de grote volumes met veel fotomateriaal, zoals het prachtige Famous City Amsterdam, waarin beroemde mensen worden geportretteerd in Amsterdam, en zij hun visie geven op onze mooie hoofdstad. Ik leer dat de Amerikaanse acteur William Dafoe hier een tijd drama gestudeerd en beoefend heeft en van mening is dat ‘alles in drama in Amsterdam onderuit is gehaald’. William heeft op jonge leeftijd, toen zijn kop nog niet zo fotogeniek met rimpels doorweven was, zijn naam in Willem veranderd om te voorkomen dat men hem in zijn geboorteplaats, Appleton, Wisconsin, Billy zouden noemen. Willem was here!

En dan eindelijk, helemaal tegen de achterwand, rechts van het drukbezochte postkantoortje, komt mijn zoektocht succesvol ten einde. Beide exemplaren van Dat Rode Spul staan netjes op hun alfabetische plekje in de kast, net als Een centimeter vanaf het geluk van Koščec. Fijn dat ze er zijn! Nog beter is het als ze hun weg vinden naar geïnteresseerde lezers. Nu weet u ze te vinden.

Weer thuis aangekomen ligt er een boek op de salontafel, de nieuwste aankoop van mijn vrouw: Verdwenen zusjes van Laura Lipman. Er is dus wel degelijk een markt voor. Toch eens inkijken misschien?